Vermeerder
dahlias



Zaad: voor het kweken van een eigen, nieuwe soort zult u met zaad moeten werken. Het is een leuke, maar tijdrovende bezigheid. Het is namelijk niet te voorspellen welke dahlia tevoorschijn zal komen. Meestal zullen de aldus gekweekte dahliaˈs (elk zaadje geeft een nieuwe variant) op één of andere manier ˈmisvormdˈ zijn. Vindt u tóch een prachtige, nieuwe soort dan kan die na drie jaar rasvast blijven (de bloem verandert niet meer) erkend worden als nieuwe soort. Met úw naam bijvoorbeeld.

Scheuren: op het einde van het jaar óf in de lente kunt u de knollen scheuren (uit elkaar trekken). Zo kunt u van één knol drie à vier nieuwe planten maken.

Stekken: Dahliaˈs kunnen goed gestekt worden. Deze methode gebruiken de kwekers voor vermeerdering. De stekken worden geplukt als ze zo'n 10 cm. groot zijn. Snijd de eerste stekken vlak boven de knol weg; die zijn vaak erg grof en hol. Spoedig groeien er nieuwe stekken. Deze kunnen gesneden worden. Plant ze in een luchtig, niet te rijk grondmengsel. Houd de grond vochtig. Ook een hoge luchtvochtigheid is belangrijk. Na 2 á 3 weken bij een temperatuur van ± 15 graden In het vroege voorjaar worden de knollen geplant in de verwarmde kas ( ± 20°C ). Na een paar weken hebben ze worteltjes. Dan kunnen ze worden opgepot. Tijdig afharden is belangrijk. Dat kan in de koude bak of op een luw plekje buiten. Pas op voor nachtvorst. Ongeveer half mei kunt u ze buiten planten.

Bewaren: dit onderdeel van de kweek van dahlia’s vormt voor veel liefhebbers het grootste probleem. En we kunnen u onmiddellijk geruststellen: dat is geen schande. Er is namelijk geen uniform systeem dat succes garandeert. Toch kan met redelijke kans op slagen de knol de winter doorkomen wanneer u enkele voorwaarden in acht neemt. Een belangrijke factor is de grond waarop de dahliaˈs gekweekt zijn: hoe armer de grond, hoe beter de bewaarbaarheid. Het bijmesten tijdens de groei komt dus in conflict met het bewaren van de knollen. Geen nood echter: laat de gerooide knollen wat drogen (niet verrimpelen), bewaar ze op een droge, tochtvrije, koele plek (eventueel bedekt met een laagje turfmolm) en u houdt het grootste deel van uw knollen over!